Bij Plaisir Courtois wordt gedanst in verschillende historische kostuums, allemaal zelf gemaakt aan de hand van authentieke patronen en modellen. Deze kostuums zijn verbonden met de periode waaruit de dansen stammen, te weten Renaissance, Barok en Weense periode (19e eeuw). De namen van de stijlen komen veelal overeen met de stromingen in de kunstgeschiedenis. Vooral op schilderijen is goed te zien wat mensen in een bepaalde periode droegen.
Per periode is op de volgende pagina's aangegeven welke aspecten Plaisir Courtois gebruikt voor haar kostuums. Ook zijn per periode een aantal foto's te zien van de betreffende kostuums. Voor meer foto's verwijzen wij naar het fotoalbum.
Door ons gebruikte boeken zijn o.a.
Patterns of fashion - Janet Arnold
The Cut of Women's Clothes 1600-1930 - Norah Waugh
The Evolution of Fashion: Pattern and cut from 1066 to 1930 - Margot Hamilton Hill, Peter A. Bucknell
English Costume in the Age of Elizabeth - Iris Brooke
The Tudor Tailor - Ninya Mikhaila, Jane Malcolm-Davies
Handboek Kostuum Accessoires - Marian Conrads
Kostuumcommissie
De kostuumcommissie van Plaisir Courtois bestaat uit een aantal leden van de vereniging.
De belangrijkste taken zijn:
Advies geven aan leden die een eigen historisch kostuum willen maken.
Het organiseren van kostuumworkshops, waarbij leden zelf (een deel van) een historisch kostuum kunnen maken. Bijv. hoepelmaakdag, onderrokken- of lange-onderbroekendag, workshop voor heren renaissance en voor barokkostuums.
Ervoor zorgen dat alle leden op de jaarlijkse Familie- en Vriendendag voorzien zijn van historische kostuums. Zorgen voor voldoende sieraden, make-up en andere accessoires en informatie over de juiste haardracht.
Aankoop van clubkostuums (van bijv. oud-leden).
Onderhoud van clubkostuums.
Bijhouden van het archief (patronen, kostuumboeken, fotoboeken).
Zoeken van nieuwe informatie en patronen.
Vragen en/of opmerkingen inzake kostuums kunt u sturen naar
Renaissance
De periode waaruit wij werken is voor zowel dames- als herenkostuums van 1530 tot 1570. De kleding uit die tijd was vrij donker van kleur en gemaakt van zware stoffen. Wij volgen vooral de Italiaanse stijl met eventueel Engelse invloeden.
In bijna heel Europa zag je bij de dames een vierkante halslijn en een wijd uitlopende rok, vaak met een split voorin. De taille zat daadwerkelijk in de taille. Er werden meestal kapjes gedragen die al het haar verborgen.
De heren droegen over hun chemise (een soort hemd) een kort jasje, doublet genaamd. De ballonbroek was erg populair, tussen de stroken is hier de onderstof te zien. Daaronder werden gebreide hosen (een soort maillot) gedragen. Vaak werden hierbij nog een cape en een baret gedragen.
Barok
Onder Lodewijk XIV werd de kleding van het Franse hof steeds belangrijker. De Franse kleding was kleurrijk en extravagant. Ook werden pruiken populair.
De barokkostuums die wij dragen komen uit de periode 1730-1770, ook wel Rococo geheten.
De dames droegen wijde jurken met Watteaux-plooien en paniers. Over de paniers droegen ze een onderrok en daaroverheen een onderrok van stof die paste bij de overjurk. De jurk had een split aan de voorkant zodat je de mooie onderrok kon zien. De stoffen waren rijk gedecoreerd met patronen of strepen in vrolijke kleuren.
De heren droegen een wijde blouse met veel ruches bij de hals en de mouwen. Daarbij een kniebroek met een lang vest en daaroverheen een wijde jas met veel plooien en grote manchetten. Ook deze kostuums waren gemaakt van rijk gedecoreerde stof, zoals bv de fleur-de-lis (Franse lelie).
De pruiken waren wit en bepoederd met krijt of meel. Deze pruiken werden in de loop der tijd steeds excentrieker en hoger. De gezichten werden wit geschminkt en gepoederd, de lippen en wangen rijkelijk voorzien van rode schmink en rouge. Verder zag je schoonheidsvlekjes op gezicht of decolleté.
Weense periode
Met Weens bedoelen wij de periode 1840-1865 toen de Weense balzalen erg populair waren, vooral ook dankzij de walsen, polka's en quadrilles.
In het begin van deze periode werden de damesjurken erg wijd door het gebruik van vele onderjurken, maar dat maakte het dragen erg lastig, vooral met dansen. Rond 1850 werd de crinoline uitgevonden, hierdoor werd de damesjurk wijd zonder de vele onderjurken. De hoepel werd gemaakt van paardenhaar, vandaar het woord crinoline (crin is Frans voor paardenhaar).
De dameskostuums waren van mooie dure stoffen, zoals zijde en hadden vooral pastelkleuren. Onder de jurk werden nog 1 of 2 onderrokken gedragen. Omdat het in die tijd niet gepast was dat je het been of de enkel van een dame zag, werden er lange onderbroeken onder de jurk gedragen, voorzien van een kanten of geborduurd randje.
De heren droegen een rokkostuum, iets wat je ook nu nog wel ziet. Het kostuum bestaat uit een zwarte rokjas en zwarte broek, met rokwit en vlinderstrik, witte handschoenen en eventueel een zwarte hoge hoed.
Naast deze avondkleding, hebben wij ook parkkostuums. Deze werden veelal 's middags gedragen. Voor de dames bestaat dit kostuum uit een hoepelrok met jasje en voor de heren uit een jacquetjas met een lichte broek, hierbij geen vlinderstrik maar een cravate.